U bent : Onthaal >> Place Saint-Lambert >> Opgravingen >> 1977-1984

Opgravingen 1977-1984

 
In de jaren 60-70 bedreigt een "alles-voor-de-auto"-beleid het patrimonium in het historische hart van Luik. Tussen andere projecten is er de komst van een autoweg ter hoogte van de Place Saint-Lambert en, ondergronds, een reuzenparking en een busstation.

De eerste afbraakwerkzaamheden ten westen van het plein, vinden plaats in 1975. En vooraleer er nog meer schade kan worden aangericht, eist professor Hélène Danthine van de Universiteit van Luik, het recht op opgravingen op. Dit zal haar worden toegestaan in 1977, voor een periode van twee maanden. Het onderzoek gaat echter voort wanneer Marcel Otte de leiding van de opgravingen in 1978 op zich neemt.

In 1979 wordt een tweede archeologisch opgravingsterrein geopend in het oosten, na de ontmanteling van de gebouwen van het eilandje (Espace) Tivoli. Het is Jeannine Alénus-Lecerf die de opgravingen leidt voor de Service national des Fouilles.

De dreiging voor vernielingen worden concreter en in 1982 beslissen de archeologen dan maar om bepaalde resten uit te graven, in de overtuiging dat alleen dit gered zal kunnen worden. Romeinse muren, het hypocaustum en een hoek van de crypte van het jaar duizend worden uit de site verwijderd en veilig opgeslagen. De opgravingen gaan echter door. In 1984 worden de opgravingen stopgezet, maar tegen alle verwachtingen in worden de geplande stedenbouwkundige projecten geschrapt. De Place Saint-Lambert moet inderdaad toonbaar zijn voor de komst van paus Johannes-Paulus II bij diens bezoek aan België in 1985.